CBb 31 januari 2023, ECLI:NL:CBB:2023:43
AFM heeft een last onder dwangsom opgelegd aan een financiële holding en werkmaatschappij wegens overtreding van artikel 8.8 van de Whc. Aan houders van een obligatielening is essentiële informatie onthouden en misleidende informatie gegeven. Appellanten hebben deelnemingen ten onrechte als participaties in de jaarrekeningen vermeld. Wettelijke vermoedens op grond van 2:24c en 2:389 BW zijn niet weerlegd. Ook anderszins niet aannemelijk gemaakt dat financiële situatie niet te rooskleurig is voorgesteld. Er is schade toegebracht aan het collectieve consumentenbelang. AFM was bevoegd een last onder dwangsom op te leggen. Niet onevenredig, mede omdat appellanten een minder ingrijpend middel (aanwijzing of waarschuwing) toch niet wensten op te volgen. De doelgroep van de last is correct geformuleerd door AFM. Alleen de opdracht om de informatie ook op de website te plaatsen is onevenredig. In zoverre hoger beroep gegrond. Het College voorziet zelf in de zaak. Het besluit tot openbaarmaking van de last is rechtmatig.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 2 november 2021, ECLI:NL:CBB:2021:969
- Accountantskamer NIVRA 2 juli 2021, ECLI:NL:TACAKN:2021:42
- Rb. Rotterdam 5 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:782
- CBb 3 november 2020, ECLI:NL:CBB:2020:792
- CRvB 1 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1877
- Rb. Rotterdam 17 december 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:9147
- CBb 7 mei 2014, ECLI:NL:CBB:2014:163
- CBb 30 januari 2014, ECLI:NL:CBB:2014:24
- HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:63
- Accountantskamer NIVRA 25 februari 2011, ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0144
- Rb. Rotterdam 5 oktober 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BN9774
- Rb. Rotterdam 6 juli 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ2013