Art. 3:25 BW, Inschrijvingen betreffende registergoederen
Burgerlijk Wetboek Boek 3 (BW3)
Indien op het tijdstip waarop een rechtshandeling ter verkrijging van een recht op een registergoed onder bijzondere titel wordt ingeschreven, een feit met betrekking tot dat registergoed in de registers was ingeschreven krachtens een authentieke akte waarin het feit door een ambtenaar met kracht van authenticiteit werd vastgesteld, kan de onjuistheid van dit feit aan de verkrijger niet worden tegengeworpen, tenzij hij deze onjuistheid kende of door raadpleging van de registers de mogelijkheid daarvan had kunnen kennen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 22 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:619
- Hof Arnhem-Leeuwarden 31 januari 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:788
- Hof Amsterdam 18 december 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4807
- Rb. Zeeland-West-Brabant 7 september 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:8494
- Rb. 's-Gravenhage 13 juni 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX1724
- Rb. Rotterdam 26 april 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:3312
- Rb. Rotterdam 2 december 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:11404
- Rb. Noord-Holland 15 juli 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:7845
- Rb. Limburg 10 maart 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:2239
- Rb. Limburg 10 maart 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:2051
- Rb. Den Haag 9 januari 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1904
- Rb. Amsterdam 21 augustus 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:5170
- Conclusie A-G Valk 22 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1332
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 2 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2044
- Conclusie A-G Wissink 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW3217
- Hof 's-Hertogenbosch 23 november 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:3503
- Hof Den Haag 6 mei 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1470