Art. 3:21 BW, Inschrijvingen betreffende registergoederen
Burgerlijk Wetboek Boek 3 (BW3)
1. De rangorde van inschrijvingen die op een zelfde registergoed betrekking hebben, wordt bepaald door de volgorde der tijdstippen van inschrijving, tenzij uit de wet een andere rangorde voortvloeit.
2. Vinden twee inschrijvingen op één zelfde tijdstip plaats en zouden deze leiden tot onderling onverenigbare rechten van verschillende personen op dat goed, dan wordt de rangorde bepaald:
a. ingeval de ter inschrijving aangeboden akten op verschillende dagen zijn opgemaakt: door de volgorde van die dagen;
b. ingeval beide akten op dezelfde dag zijn opgemaakt en het notariële akten, daaronder begrepen notariële verklaringen, betreft: door de volgorde van de tijdstippen waarop ieder van die akten of verklaringen is opgemaakt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Bartels 20 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:285
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:884
- Rb. Rotterdam 6 januari 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:376
- Rb. Leeuwarden 19 oktober 2011, ECLI:NL:RBLEE:2011:BT7593
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 5 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BN7655