Art. 7:365 BW, Pachtoverneming
1. De medepachter, die niet of niet meer persoonlijk betrokken is bij de exploitatie van het gepachte, kan zich tot de rechter wenden met de vordering uit de pacht te worden ontslagen. De rechter beslist naar billijkheid met dien verstande, dat hij de vordering toewijst, tenzij de belangen van de verpachter of van de medepachter daardoor ernstig zouden worden geschaad.
2. De verpachter kan zich tot de rechter wenden met de vordering de medepachter die niet of niet meer persoonlijk betrokken is bij de exploitatie van het gepachte, te ontslaan uit de pacht. De tweede volzin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
3. De medepachter kan zich tot de rechter wenden met de vordering de andere medepachter uit de pacht te ontslaan op de grond dat de onderlinge verhouding een gemeenschappelijke bedrijfsvoering ernstig bemoeilijkt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Centrale Grondkamer 11 april 2024, ECLI:NL:CG:2024:2
- Rb. Maastricht 4 februari 2009, ECLI:NL:RBMAA:2009:BH2011
- Rb. Alkmaar 29 december 2010, ECLI:NL:RBALK:2010:BP0681
- Hof Arnhem 1 juni 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BN2817
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 maart 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1640
- Hof Arnhem-Leeuwarden 28 mei 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:4609