Art. 7:366 BW, Het eindigen van de pachtovereenkomst
Burgerlijk Wetboek Boek 7 (BW7)
1. De dood van de pachter of de verpachter doet de pacht niet eindigen.
2. Indien de erfgenamen van de pachter niet bevoegd zijn het gepachte aan een ander in gebruik te geven, kunnen zij gedurende zes maanden na het overlijden van hun erflater de overeenkomst op een termijn van ten minste zes maanden bij exploot of aangetekende brief opzeggen.
3. Indien een pachter twee of meer erfgenamen nalaat, is de verpachter verplicht zijn medewerking te verlenen aan de toedeling van de rechten en verplichtingen van de overleden pachter uit de pachtovereenkomst door de gezamenlijke erfgenamen aan een of meer van hen, tenzij de verpachter tegen een of meer van de aangewezenen redelijke bezwaren heeft.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Arnhem-Leeuwarden 5 oktober 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:9317
- Rb. Rotterdam 3 juni 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:4378
- Rb. Maastricht 4 februari 2009, ECLI:NL:RBMAA:2009:BH2013
- Rb. Gelderland 20 april 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:1928
- Hof 's-Hertogenbosch 22 juli 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2317
- Hof Arnhem 4 september 2012, ECLI:NL:GHARN:2012:BX7000
- Hof Arnhem-Leeuwarden 15 januari 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BY9347
- Centrale Grondkamer 19 maart 2026, ECLI:NL:CG:2026:6