Hof Arnhem 1 juni 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BN2817

7:376 en 365 lid 1 BW. Vader pachtte al geruime tijd van verpachter. Vader is met zijn zoon een samenwerkingsverband aangegaan waarin het gepachte met toestemming van de verpachter is ingebracht. Er is betalingsachterstand ontstaan en de zoon heeft het gepachte op enig moment verlaten. Melkquotum is zonder medeweten verkocht. De verpachter heeft vader en zoon in rechte betrokken. In eerste aanleg is de pachtovereenkomst ontbonden met veroordeling van vader en zoon tot ontruiming van het gepachte en betaling van € 192.605,00 ter zake het melkquotum. In hoger beroep betoogt de vader dat hij geen pachter meer was en dat hij daarom ten onrechte is veroordeeld naast de zoon. Het hof verwerpt dat standpunt. Vader heeft nooit ontslag uit medepacht gevorderd en in het licht van de onderlinge contacten is onvoldoende onderbouwd dat verpachter ervan op de hoogte was en ermee heeft ingestemd dat de vader geen pachter meer wilde zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen