Art. 65 IW, Strafrechtelijke bepalingen
1. Degene die opzettelijk een der feiten begaat, omschreven in artikel 64, eerste lid, onderdeel a of b, wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt ingevorderd, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig ingevorderde belasting.
2. Degene die opzettelijk het feit begaat, omschreven in artikel 64, eerste lid, onderdeel c, wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt ingevorderd, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig ingevorderde belasting.
3. Indien het feit, ter zake waarvan de verdachte kan worden vervolgd, zowel valt onder een van de strafbepalingen van het eerste of het tweede lid, als onder die van artikel 225, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, is strafvervolging op grond van genoemd artikel 225, tweede lid, uitgesloten.
4. Indien de schuldige een van de strafbare feiten, omschreven in het eerste en tweede lid, in zijn beroep begaat, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 13 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2017
- Conclusie A-G Machielse 15 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:444
- Hof Amsterdam 5 november 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BK2183
- Rb. Amsterdam 5 maart 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1537
- Rb. Amsterdam 5 maart 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1536
- Rb. Amsterdam 5 maart 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1535
- Rb. Amsterdam 5 maart 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1532
- Rb. Amsterdam 29 april 2004, ECLI:NL:RBAMS:2004:AO9535
- Conclusie A-G Aben 15 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:804
- Conclusie A-G Jörg 20 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP4606
- Hof Leeuwarden 22 oktober 2009, ECLI:NL:GHLEE:2009:BK1191
- Hof Arnhem-Leeuwarden 1 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6031
- Hof Amsterdam 28 oktober 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5267