Hof Leeuwarden 22 oktober 2009, ECLI:NL:GHLEE:2009:BK1191
Verdachte wordt ter zake van het feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon opzettelijk begaan van het feit omschreven in artikel 64, tweede lid, onderdeel c van de Invorderingswet 1990, terwijl dit feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt ingevorderd, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier weken met een proeftijd van twee jaren en een boete van € 5.000,-, subsidiair te vervangen door zestig dagen hechtenis.
De uitspraak op rechtspraak.nl