Rb. Amsterdam 29 april 2004, ECLI:NL:RBAMS:2004:AO9535
Verdachte heeft opzettelijk niet voldaan aan zijn verplichting de Ontvanger inlichtingen te verschaffen en zijn medewerking te verlenen, aan welke verplichting hij op eenvoudige wijze had kunnen voldoen door openheid van zaken te verschaffen. Nu verdachte bewust heeft nagelaten dit te doen, is hij aantoonbaar en verwijtbaar in gebreke gebleven. Verdachte frustreert door zijn handelwijze de inning van belastinggelden, door middel waarvan wordt beoogd de Staat de middelen te verschaffen die voor zijn instandhouding en ter aanwending voor het algemene publieke belang nodig zijn. Verdachte heeft door zijn toedoen de gemeenschap voor een bijzonder groot bedrag benadeeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl