HR 13 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2017
OM-cassatie. Schending fiscale inlichtingenplicht. Strafrechtelijke vervolging en bestraffing na reeds ondergane civielrechtelijke lijfsdwang gedurende een jaar op verzoek van fiscus teneinde verdachte te dwingen zijn belastingschuld (fl. 258.637.185,-) te voldoen. OM n-o wegens strijd met ne bis in idem-beginsel? Het Hof heeft terecht geoordeeld dat art. 68 Sr i.c. niet van toepassing is, omdat niet sprake is van meerdere onherroepelijke beslissingen van de strafrechter. Vervolgens heeft het Hof evenwel geoordeeld dat de vervolging t.z.v. het tlgd. feit in strijd is met het aan art. 68 Sr ten grondslag liggende ne bis in idem-beginsel en dat OM dientengevolge n-o moet worden verklaard in de vervolging. Dat oordeel is onjuist. Zoals HR heeft overwogen in zijn eerdere arrest in deze zaak is niet juist de opvatting dat na het starten van een civiele procedure geen ruimte meer bestaat om een strafsanctie toe te passen. Voorts is, anders dan het Hof heeft geoordeeld, hier niet sprake van een uitzonderlijke situatie zoals aan de orde was in ECLI:NL:HR:2015:434. In dat verband geldt dat zich m.b.t. de afstemming tussen enerzijds het civielrechtelijke traject en anderzijds het strafrechtelijke traject zoals dat i.c. aan de orde is, geen wezenlijke samenloopproblemen voordoen als in dat arrest bedoeld, mede omdat het in de rede ligt dat de strafrechter de toegepaste lijfsdwang als relevante omstandigheid bij de strafoplegging betrekt. Volgt vernietiging en verwijzing. HR wijst verzoek tot stellen prejudiciële vragen aan HvJ EU af. Vervolg op ECLI:NL:HR:2011:BP4606.
De uitspraak op rechtspraak.nl