Art. 7 WWH, De provinciale plannen voor de waterhuishouding
Wet op de waterhuishouding (WWH)
1. Provinciale staten stellen een provinciaal plan vast, waarin de hoofdlijnen van het ten aanzien van de waterhuishouding in de provincie te voeren beleid zijn aangegeven. Daarbij wordt rekening gehouden met de in artikel 3 bedoelde nota.
2. Het plan heeft mede betrekking op bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen oppervlaktewateren onder beheer van het Rijk.
3. De hoofdlijnen van het plan omvatten:
a. de vastlegging van de belangrijkste functies van de regionale waterhuishoudkundige systemen of onderdelen daarvan;
b. een aanduiding, in samenhang met de onder a bedoelde functies, van de gewenste ontwikkeling, werking en bescherming van de regionale waterhuishoudkundige systemen of onderdelen daarvan alsmede van de termijnen die daarbij worden nagestreefd;
c. een uiteenzetting van het ingevolge de Grondwaterwet (Stb. 1981, 392) te voeren grondwaterbeheer, alsmede een overzicht van de financiële middelen die voor de uitvoering van het beheer nodig zijn;
d. een uiteenzetting van de algemene aard en omvang van de overige maatregelen en voorzieningen die met het oog op de onder b bedoelde ontwikkeling, werking en bescherming nodig zijn;
e. een aanduiding van de redelijkerwijze te verwachten financiële en economische gevolgen van het te voeren beleid.
4. Tot de maatregelen en voorzieningen, bedoeld in het derde lid, onderdelen b, c en d, behoren mede, gerangschikt naar stroomgebieddistrict:
a. de aanwijzing van regionale oppervlaktewateren of onderdelen daarvan als kunstmatige of sterk veranderde oppervlaktewaterlichamen, overeenkomstig artikel 4, derde lid, van de kaderrichtlijn water, dan wel als natuurlijk oppervlaktewaterlichaam, en
b. de maatregelen, bedoeld in artikel 11 van de kaderrichtlijn water, die in alle in de provincie gelegen delen van stroomgebieddistricten van toepassing zijn dan wel het te voeren grondwaterbeheer betreffen.
5. In het plan geven provinciale staten aan in hoeverre de hoofdlijnen zijn afgestemd op dan wel leiden tot aanpassing van het provinciale milieubeleid, het provinciale ruimtelijk beleid of het provinciale verkeers- en vervoerbeleid, en in hoeverre en binnen welke termijn zij voornemens zijn het geldende provinciale milieubeleidsplan, een of meer geldende streekplannen of het geldende provinciale verkeers- en vervoerplan te herzien. Het plan gaat vergezeld van een toelichting.
6. Het plan wordt ten minste een maal in de zes jaren herzien. Nieuwe of herziene maatregelen treden uiterlijk drie jaren na de opneming in het plan in werking.
7. Het besluit tot vaststelling of herziening van het plan wordt met het plan toegezonden aan Onze Ministers.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 7 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM0203
- Hof 's-Hertogenbosch 30 november 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:5585
- Hof 's-Hertogenbosch 30 november 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:5429
- ABRvS 29 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ9692
- Conclusie A-G IJzerman 30 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1349
- ABRvS 9 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1471
- ABRvS 31 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY1701
- ABRvS 10 maart 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL6999
- ABRvS 11 november 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK2927
- ABRvS 11 maart 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH5538
- ABRvS 19 november 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG4698
- ABRvS 28 mei 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD2653
- ABRvS 14 november 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB7827
- ABRvS 25 januari 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AV0255
- ABRvS 16 november 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU6210
- ABRvS 31 oktober 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU5826
- ABRvS 22 december 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR7989
- ABRvS 22 december 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR7988
- ABRvS 22 december 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR7987
- ABRvS 22 december 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR7986