Art. 9b WWH, De zorg voor het afvloeiend hemelwater en het grondwater
Wet op de waterhuishouding (WWH)
1. De gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort.
2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater, en het afvoeren naar een inrichting als bedoeld in artikel 15a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Den Haag 28 mei 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2195
- Conclusie A-G IJzerman 25 februari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:180
- Conclusie A-G IJzerman 30 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:500
- Conclusie A-G IJzerman 9 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:883
- Rb. Noord-Nederland 13 oktober 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:4490
- Rb. Dordrecht 25 mei 2012, ECLI:NL:RBDOR:2012:BX0108
- Rb. Dordrecht 25 mei 2012, ECLI:NL:RBDOR:2012:BX0100
- Rb. Den Haag 16 januari 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9972
- Hof Den Haag 14 juni 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:2530
- Hof Den Haag 14 juni 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:2529
- Hof Den Haag 14 juni 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:2528