Hof 's-Hertogenbosch 30 november 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:5585
Grondwaterbelasting. Begrip belanghebbende. Formele rechtskracht van met terugwerkende kracht verleende vergunning. Art. 1:2 Awb. Art. 8:69a Awb. Belanghebbende onttrekt veel grotere hoeveelheden grondwater dan is toegestaan volgens een vergunning uit 2003. Belanghebbende vraagt een nieuwe vergunning aan, die met medewerking van Gedeputeerde Staten wordt verleend en die met terugwerkende kracht van 2013 tot en met 2003 alsnog toestaat veel grotere hoeveelheden grondwater te onttrekken. De Inspecteur wil bij de heffing uitgaan van de oude uit 2003 stammende vergunning en hij wil voorbij gaan de vergunning uit 2013 met terugwerkende kracht. Het Hof oordeelt dat door het beperkte begrip belanghebbende in de vergunningenprocedure de belangen van de Inspecteur bij het verlenen van de nieuwe vergunning niet konden worden meegewogen. Het Hof weegt het belang van de Inspecteur wel mee, het gaat aan de nieuwe vergunning met terugwerkende kracht voorbij en het doorbreekt voor de toepassing van de WBM de formele rechtskracht van deze vergunning. De Inspecteur krijgt gelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl