Art. 66 WWH, Overgangs- en slotbepalingen

Wet op de waterhuishouding (WWH)

1. Het provinciale plan bedoeld in artikel 7 en de verordeningen bedoeld in artikel 8, eerste lid, artikel 9, vierde lid, artikel 13, eerste lid, en artikel 16, derde lid worden niet eerder vastgesteld dan nadat belanghebbenden in de gelegenheid zijn gesteld van de inhoud hiervan kennis te nemen en hun zienswijze bij provinciale staten kenbaar te maken.

2. Het bepaalde in het eerste lid vervalt zodra in de provincie een inspraakverordening van kracht is.