Art. 77a Werkloosheidswet, Reïntegratiemaatregelen
1. Het UWV kan een werknemer toestemming verlenen om gedurende 6 kalendermaanden werkzaamheden in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep te verrichten, indien:
a. aannemelijk is dat de werknemer in de toekomst met die werkzaamheden structureel in zijn bestaan kan voorzien;
b. de werkzaamheden nog geen aanvang hebben genomen;
c. de werknemer recht heeft op uitkering op grond van hoofdstuk II, anders dan op grond van artikel 18;
d. geen werkzaamheden verricht worden in opdracht, ten behoeve, of onder verantwoordelijkheid van de werkgever bij wie de werknemer, bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid als werknemer arbeid heeft verricht;
e. deze toestemming tijdens de uitkeringsduur niet eerder aan de werknemer is verleend.
2. Voor de werknemer, bedoeld in het eerste lid, blijft, onverminderd artikel 20, eerste lid, aanhef en onderdeel b, het recht op uitkering op grond van hoofdstuk II bestaan.
3. De werknemer aan wie toestemming is verleend als bedoeld in het eerste lid wordt geacht werknemer te zijn en te blijven zolang die toestemming duurt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 15 februari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:503
- Rb. Overijssel 14 augustus 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:3796
- Rb. Dordrecht 16 augustus 2011, ECLI:NL:RBDOR:2011:BR5732
- Rb. Den Haag 27 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:5827
- CRvB 5 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2460
- CRvB 9 november 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4265
- CRvB 14 augustus 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1412