CRvB 21 oktober 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2589

Het Uwv heeft het verzoek opgevat als een bezwaar tegen dat besluit, heeft de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar geacht en heeft het bezwaar inhoudelijk beoordeeld. Daarmee is appellante niet benadeeld, nu het besluit van 13 februari 2017 door het Uwv inhoudelijk is heroverwogen. Het betoog van appellante komt erop neer dat het dagloon van de ZW-uitkering op grond van het vertrouwensbeginsel in afwijking van het Dagloonbesluit hoger zou moeten worden vastgesteld. Niet gezegd kan worden dat appellante aan de informatieverschaffing van het Uwv in het kader van de WW over de gevolgen van het gaan werken als zelfstandige een gerechtvaardigde verwachting kan ontlenen over de hoogte van haar ZW-uitkering. Wat het Uwv hierover naar voren heeft gebracht wordt onderschreven. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt daarom niet. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep van appellante niet slaagt. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken