CRvB 29 juni 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9827
Terugvordering betaalde voorschoten WW-uitkering. In artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit is, voor zover van belang, bepaald dat onder inkomsten als bedoeld in artikel 35aa, eerste lid, van de WW wordt verstaan de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB), vermeerderd met de ondernemersaftrek, bedoeld in artikel 3.74 van de Wet IB. De berekening van de inkomsten van appellant als zelfstandige heeft plaatsgevonden op basis van de rekenformule in artikel 3 van het Besluit en is niet in geschil. De voorschotten zijn onverschuldigd betaald tot een bedrag van € 9.249,50. Op grond van artikel 36, eerste lid, van de WW is het Uwv gehouden dit bedrag van appellant terug te vorderen.