Art. 7a Ur SW
Uitvoeringsregeling Successiewet 1956 (Ur SW)
1. Indien de waarde van hetgeen de belastingplichtige met betrekking tot een vennootschap aan vermogensbestanddelen als bedoeld in artikel 35b, derde lid, van de Successiewet 1956, heeft verkregen voor meer dan 15 percent is toe te rekenen aan de onmiddellijk of middellijk door de desbetreffende vennootschap gehouden bezittingen die, ware die vennootschap een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en waren die bezittingen onmiddellijk gehouden bezittingen van vorenbedoelde rechtspersoon, niet tot het ondernemingsvermogen van de rechtspersoon zouden worden gerekend, wordt voor de toepassing van artikel 35b, tweede lid, onderdeel b, van de Successiewet 1956, niet uitgegaan van de volle waarde van de in het genoemde lid bedoelde vermogensbestanddelen, doch van de waarde nadat die is verminderd met de waarde die is toe te rekenen aan laatstbedoelde door de vennootschap, middellijk of onmiddellijk gehouden bezittingen voorzover de daaraan toe te rekenen waarde uitgaat boven het bedrag dat overeenstemt met vorenbedoelde 15 percent.
2. Indien tot de bezittingen van een vennootschap als bedoeld in het eerste lid een deelneming behoort in een vennootschap welker kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld en het beleid van deze vennootschap wordt bepaald of mede wordt bepaald door de eerstgenoemde vennootschap, worden, voor de toepassing van de artikelen 35b, 35c en 53b, derde lid, van de Successiewet 1956 en de daarop berustende bepalingen in deze regeling, de bezittingen en schulden van de laatstgenoemde vennootschap beschouwd als bezittingen en schulden van de eerstgenoemde vennootschap, voorzover ze kunnen worden toegerekend aan de genoemde deelneming.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:633
- HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0193
- Rb. Breda 9 juni 2008, ECLI:NL:RBBRE:2008:BD6009
- Rb. Breda 9 juni 2008, ECLI:NL:RBBRE:2008:BD5991
- Conclusie A-G IJzerman 21 augustus 2019, ECLI:NL:PHR:2019:827
- Hof 's-Hertogenbosch 20 november 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BL7433
- Hof Arnhem-Leeuwarden 12 mei 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:3505
- Rb. Zeeland-West-Brabant 4 december 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:7894
- Conclusie A-G IJzerman 24 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:530
- Conclusie A-G IJzerman 24 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:503
- Conclusie A-G IJZERMAN 9 juli 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL0193
- Hof 's-Hertogenbosch 21 april 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1571
- Hof 's-Hertogenbosch 16 december 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BV6837
- Hof Den Haag 15 november 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3353