Rb. Zeeland-West-Brabant 4 december 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:7894
volmacht. Naar het oordeel van de rechtbank is de aanslagtermijn niet verstreken nu aannemelijk is dat het verzoek om uitstel voor het doen van de aangifte successierecht is gedaan namens belanghebbenden. Belanghebbenden hebben ter zake van een erfrechtelijke verkrijging van certificaten van aandelen in een BV een beroep gedaan op de BOF. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een onderneming in materiële zin en is derhalve de BOF niet van toepassing. Het beroep van de inspecteur op interne compensatie betreffende de gehanteerde IB-latentie slaagt; artikel 21 SW (de waarde in het economische verkeer) gaat niet voor op artikel 20, zesde lid, onderdeel d, SW dat een dwingend waarderingsvoorschrift bevat voor het bepalen van de IB-latentie. Belanghebbenden hebben recht op een immateriëleschadevergoeding in verband met overschrijding van de redelijke termijn met 82 maanden. De rechtbank ziet geen reden voor matiging van deze bedragen wegens samenhang.
De uitspraak op rechtspraak.nl