Art. 8a BHW
Besluit huurprijzen woonruimte (BHW)
1. De maximale huurprijsgrens wordt met 35% vermeerderd indien de woonruimte bestaat uit of deel uitmaakt van een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet en de huurovereenkomst betreffende die woonruimte is afgesloten na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur.
2. Indien de woonruimte bestaat uit of deel uitmaakt van een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet en de huurovereenkomst betreffende die woonruimte is afgesloten voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur, wordt de waardering voor een zelfstandige woonruimte in bijlage I, onder A, met 50 punten vermeerderd en de waardering voor een onzelfstandige woonruimte in bijlage I, onder B, met 10 punten vermeerderd.
3. De maximale huurprijsgrens wordt met 15% vermeerderd indien de woonruimte bestaat uit of deel uitmaakt van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeentelijk monument of een door gedeputeerde staten aangewezen provinciaal monument.
4. De maximale huurprijsgrens, behorende bij de kwaliteit van een middeldure huurwoonruimte als bedoeld in artikel 1 van de Huisvestingswet 2014, wordt met 10% vermeerderd indien die woonruimte na 1 juli 2024 voor het eerst in gebruik wordt genomen als woonruimte en de bouw van deze woonruimte, of de verbouw van een ruimte met een andere gebruiksfunctie dan een woonfunctie naar een woonruimte met een woonfunctie, voor 1 januari 2028 is gestart. De vermeerdering geldt voor twintig jaar vanaf de dag van ingebruikname.
5. De maximale huurprijsgrens wordt met 5% vermeerderd indien:
a. die woonruimte behoort tot een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet,
b. de woonruimte behoort tot een woning die is gebouwd voor 1965; en
c. de woonruimte niet bestaat of deel uitmaakt van een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet of van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeentelijk monument of een door gedeputeerde staten aangewezen provinciaal monument.
6. Voor het bepalen of een woonruimte onder de in artikel 7:247 van het Burgerlijk Wetboek genoemde grens valt, wordt gerekend met de huurprijsgrens die geldt voor de woonruimte voordat de huurprijsvermeerdering, bedoeld in het eerste, derde, vierde of vijfde lid is toegepast.
7. De vermeerdering, bedoeld in het eerste, derde, vierde of vijfde lid, wordt toegepast op de krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte geldende maximale huurprijsgrens.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Noord-Nederland 4 augustus 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:2779
- Rb. Zwolle-Lelystad 8 september 2009, ECLI:NL:RBZLY:2009:BK2766
- Rb. Rotterdam 12 augustus 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:6785
- Rb. Oost-Nederland 11 januari 2013, ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0855
- Rb. Noord-Nederland 15 november 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:5150
- Rb. Noord-Nederland 20 augustus 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:6875
- Rb. Midden-Nederland 12 maart 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1118
- Rb. Midden-Nederland 12 maart 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1117
- Rb. Midden-Nederland 12 maart 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1116
- Rb. Midden-Nederland 25 september 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:5553
- Rb. Gelderland 26 augustus 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:7457
- Rb. Gelderland 16 september 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5293
- Rb. Den Haag 19 februari 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:1946
- Rb. Amsterdam 23 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:7618
- Rb. Amsterdam 3 december 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:7854
- Rb. Amsterdam 14 juni 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BX4403
- Hof 's-Hertogenbosch 26 augustus 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BF0454
- Hof Den Haag 8 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:500
- Hof Arnhem-Leeuwarden 4 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:914
- Hof Arnhem-Leeuwarden 1 oktober 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:8021