Art. 2e Uitv besl LB, Belastingplicht (Hoofdstuk I van de wet)
Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (Uitv besl LB)
1. Artikel 2a is niet van toepassing met betrekking tot de arbeidsverhouding van degene, die arbeid verricht in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep.
2. Artikel 2b, eerste lid, en artikel 2c, eerste lid, zijn niet van toepassing met betrekking tot de arbeidsverhouding van degene, die:
a. arbeid verricht in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep;
b. het verrichten van de arbeid rechtstreeks is overeengekomen met een natuurlijk persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden;
c. arbeid van overwegend geestelijke aard verricht;
d. werkzaam is in een arbeidsverhouding, die in overwegende mate beheerst wordt door een familieverhouding;
e. anders dan bij wijze van beroep, als auteur of redactiemedewerker werkzaam is voor een uitgever;
f. werkzaam is op basis van een voor aanvang van de betaling van de beloning gesloten schriftelijke overeenkomst waaruit blijkt dat het de bedoeling is van beide partijen dat de artikelen 2b en 2c niet van toepassing zijn.
3. Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel a, wordt degene die melkvervoer verricht krachtens een vervoersovereenkomst en die daarvoor een eigen vervoermiddel pleegt te gebruiken, geacht dit vervoer te verrichten in de uitoefening van een bedrijf.
4. Artikel 2ca is niet van toepassing:
a. met betrekking tot de arbeidsverhouding van degene, die arbeid verricht in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep;
b. met betrekking tot de arbeidsverhouding van degene, die het verrichten van de arbeid rechtstreeks is overeengekomen met een natuurlijk persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden;
c. indien wordt voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen regels.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Niessen 31 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:501
- Hof Arnhem-Leeuwarden 15 december 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:10512
- Hof 's-Hertogenbosch 13 mei 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BR6090
- Hof Amsterdam 22 december 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3754
- Rb. Noord-Holland 22 februari 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:2021
- Rb. Noord-Holland 10 november 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:11937
- Rb. Noord-Holland 1 mei 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:CA4021
- Rb. Noord-Holland 21 juni 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:7336
- Rb. Haarlem 30 januari 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BH1739
- Rb. Gelderland 14 januari 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:102
- Rb. Gelderland 9 augustus 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4311
- Rb. Breda 20 juni 2006, ECLI:NL:RBBRE:2006:AY5706
- Rb. Arnhem 12 juni 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BA8964
- Conclusie A-G Wattel 4 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:213
- Conclusie A-G VAN BALLEGOOIJEN 17 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8926
- Hof Den Haag 5 november 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2995
- Hof Den Haag 7 augustus 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2217
- Hof Arnhem 11 december 2002, ECLI:NL:GHARN:2002:AF3386
- Hof Amsterdam 17 december 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3700
- Hof Amsterdam 17 december 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3698