Hof Den Haag 7 augustus 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2217
Naheffingsaanslagen loonheffing zijn terecht opgelegd aan X BV. Fictieve dienstbetrekking tussen X BV en Y. Beroep op opgewekt vertrouwen slaagt niet. Belanghebbende, X BV, exploiteert een reclameadviesbureau. Y heeft de dagelijkse leiding van belanghebbende. Y is directeur en 100%-aandeelhouder van Y BV. Het Hof oordeelt dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen X BV en Y is omdat de gezagsverhouding ontbreekt. De Inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat X aan Y aanwijzingen kon geven omtrent de inhoud van diens werkzaamheden dan wel dat Y rapporteerde aan hem of verantwoording moest afleggen en ook niet dat X enige bemoeienis had bij het entameren of de voortgang van de activiteiten die binnen belanghebbende plaatsvonden. Wel is sprake van een fictieve dienstbetrekking. Er is de verplichting om arbeid te verrichten en er wordt loon betaald. Y verricht op meer dan twee dagen per week werkzaamheden en is maatschappelijk vergelijkbaar met een werknemer. Y oefent niet een zelfstandig beroep uit. Beroep op opgewekt vertrouwen dat zou zijn gewekt door uitlatingen van de Belastingdienst bij de opschorting van de inwerkingtreding van de Wet DBA faalt. De informatie dat geen naheffingsaanslagen zullen worden opgelegd kan niet anders worden verstaan dan dat in verband met de opschorting van de handhaving van de Wet DBA geen naheffingsaanslagen worden opgelegd op grond van het niet naleven van die Wet. Daaraan kan niet de ruime strekking worden toegekend die X BV eraan geeft dat in het geheel geen naheffingsaanslagen worden opgelegd in alle gevallen waarin sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en ten onrechte geen loonheffing is ingehouden. Y heeft geen VAR-verklaring en heeft er ook geen een aangevraagd. Ook hebben belanghebbende of Y geen contact gezocht met de Belastingdienst en hebben zij geen voorinformatie verstrekt om zekerheid vooraf te krijgen over de arbeidsverhouding van Y.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof Arnhem-Leeuwarden 24 april 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3815
- HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2605
- HR 17 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8926
- HR 17 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7633
- HR 12 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3681
- HR 7 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9845
- HR 8 december 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC5535
- HR 2 juli 1986, ECLI:NL:HR:1986:AW7937