Art. 10ef Uitv besl LB, Heffing van de inhoudingsplichtige (hoofdstuk V van de wet): extraterritoriale werknemers
Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (Uitv besl LB)
1. Indien de ingekomen werknemer voorafgaand aan de aanvang van de tewerkstelling als ingekomen werknemer door de inhoudingsplichtige, in Nederland is tewerkgesteld of is verbleven, wordt de looptijd verminderd met de perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf.
2. Perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf die meer dan vijfentwintig jaar voorafgaand aan de tewerkstelling zijn geëindigd, worden niet in aanmerking genomen.
3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is de ingekomen werknemer niet in Nederland tewerkgesteld indien hij in elk kalenderjaar van de periode van vijfentwintig jaar maximaal 20 dagen hier te lande heeft gewerkt.
4. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is de ingekomen werknemer niet in Nederland verbleven indien hij in elk kalenderjaar van de periode van vijfentwintig jaar in totaal niet langer dan zes weken in Nederland is verbleven wegens vakantie, familiebezoek of andere persoonlijke omstandigheden, waarbij in de periode van vijfentwintig jaar eenmalig een periode van maximaal drie aaneengesloten maanden in Nederland wegens vakantie, familiebezoek of andere persoonlijke omstandigheden niet in aanmerking wordt genomen.
5. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt een werknemer geacht in Nederland te zijn tewerkgesteld gedurende de gehele periode dat hij een door een inhoudingsplichtige uit een ander land aangeworven, of naar een inhoudingsplichtige gezonden werknemer in de zin van artikel 2 van de wet is.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Noord-Holland 22 september 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:10635
- Conclusie A-G Pauwels 29 maart 2024, ECLI:NL:PHR:2024:350
- Hof Den Haag 16 november 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2457
- Rb. Noord-Holland 11 mei 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:5589
- Rb. Noord-Holland 6 maart 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:6935
- Rb. Noord-Holland 28 september 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:9226
- Conclusie A-G Niessen 29 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2018
- Hof 's-Hertogenbosch 30 juni 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:2665