Rb. Noord-Holland 6 maart 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:6935
In geschil is of de looptijd van de 30%-regeling door verweerder juist is vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat iedere aaneengesloten periode van verblijf in Nederland afzonderlijk naar boven wordt afgerond op gehele maanden en volgt eiseres niet in haar stelling dat de gehele studietijd van werkneemster in dat kader als één verblijfsperiode zou moeten worden beschouwd. Daarnaast geldt dat werkneemster op de dagen dat zij van Nederland naar Spanje is gereisd, fysiek aanwezig was in Nederland en dat zij op die dagen (ook) in Nederland is verbleven. Het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel ten aanzien van de (inmiddels vervallen) Nedeco-regeling slaagt niet.
De uitspraak op rechtspraak.nl