Art. 10ei Uitv besl LB, Heffing van de inhoudingsplichtige (hoofdstuk V van de wet): extraterritoriale werknemers
Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (Uitv besl LB)
1. Een verzoek om toepassing of voortgezette toepassing van de bewijsregel ten aanzien van een ingekomen werknemer wordt gedaan aan de inspecteur. Deze beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. Indien het verzoek is gedaan binnen vier maanden na aanvang van de tewerkstelling als extraterritoriale werknemer door de inhoudingsplichtige, werkt de beschikking terug tot en met de aanvang van de tewerkstelling als extraterritoriale werknemer. Indien het verzoek later is gedaan, is de beschikking van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het verzoek is gedaan.
3. De inspecteur kan ambtshalve of op verzoek de beschikking in het voordeel van de werknemers of inhoudingsplichtige herzien in het geval van onjuistheden op het moment van het vaststellen van die beschikking.
4. De inspecteur kan de beschikking in het nadeel van de werknemer of de inhoudingsplichtige intrekken of herzien in het geval van onjuistheden op het moment van het vaststellen van die beschikking. Een intrekking of herziening heeft alleen gevolgen voor een toekomstig loontijdvak.
5. In afwijking van het vierde lid kan een intrekking of herziening ook gevolgen hebben voor voorafgaande en lopende loontijdvakken indien:
a. de inspecteur aannemelijk maakt dat de inhoudingsplichtige of de werknemer te kwader trouw is ter zake van het feit dat heeft geleid tot een onjuistheid in de beschikking;
b. de inspecteur aannemelijk maakt dat ten gevolge van een fout van de inspecteur de beschikking onjuist is vastgesteld en die fout de werknemer of inhoudingsplichtige redelijkerwijs kenbaar is.
6. Een intrekking of herziening in het nadeel van de werknemer of inhoudingsplichtige geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking. Rechtsmiddelen tegen deze beschikking kunnen uitsluitend betrekking hebben op de intrekking of herziening.
7. Een intrekking of herziening in het nadeel van de werknemer of de inhoudingsplichtige is mogelijk voor zover de beschikking een loontijdvak bevat waarover de bevoegdheid tot naheffing, bedoeld in artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, niet is vervallen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1670
- Hof Amsterdam 29 oktober 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:4616
- HR 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2201
- HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:116
- Rb. Noord-Holland 22 september 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:10635
- Conclusie A-G Pauwels 29 maart 2024, ECLI:NL:PHR:2024:350
- Rb. Noord-Holland 11 september 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:7844
- Rb. Den Haag 5 juni 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:17391
- HR 4 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:355
- Hof Den Haag 16 november 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2457
- Hof Den Haag 19 december 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3606
- Hof Arnhem-Leeuwarden 20 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10935
- Hof Amsterdam 3 december 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3560
- Hof Amsterdam 3 december 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3556
- Hof Amsterdam 3 december 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3554
- Hof Amsterdam 31 januari 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:331
- Rb. Zeeland-West-Brabant 13 oktober 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:5966
- Rb. Noord-Holland 6 maart 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:6935
- Rb. Noord-Holland 28 februari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:6933
- Rb. Noord-Holland 8 december 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:13499