Art. 15 BRK, Belastingen naar inkomen en vermogen
Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK)
1. Inkomsten genoten door een inwoner van een van de landen uit het verrichten van niet-zelfstandige arbeid binnen een van de andere landen mogen worden belast in dat andere land.
2. In afwijking van het eerste lid mogen inkomsten genoten door een inwoner van een van de landen uit het verrichten van niet-zelfstandige arbeid binnen een van de andere landen worden belast in het land van inwoning, indien
a. hij gedurende niet meer dan 183 dagen binnen een tijdvak van twaalf maanden verblijft in het land waarbinnen de arbeid wordt verricht, en
b. de inkomsten niet worden betaald ten laste van een inwoner van dat land of ten laste van de winst welke is toe te rekenen aan een binnen dat land aangehouden vaste inrichting.
3. Voor zoveel nodig in afwijking van het eerste lid mogen inkomsten genoten door een inwoner van een van de landen als bestuurder of commissaris van een lichaam dat inwoner is van een van de andere landen, worden belast in dat andere land.
4. Pensioenen en soortgelijke inkomsten genoten door een inwoner van een van de landen ter zake van vroeger binnen een van de andere landen verrichte niet-zelfstandige arbeid, ter zake van vroeger aan boord van vervoermiddelen verrichte niet-zelfstandige arbeid bedoeld in artikel 16, alsmede ter zake van een vroeger beklede functie als bestuurder of commissaris van een lichaam dat inwoner is van een van de andere landen, mogen worden belast in eerstbedoeld land.
5. Voor de toepassing van dit artikel wordt niet-zelfstandige arbeid verricht aan boord van vervoermiddelen, welke het verkeer onderhouden tussen plaatsen binnen een van de landen, beschouwd als te zijn verricht binnen dat land.
6. Indien de in het vierde lid bedoelde inkomsten worden genoten door een inwoner van een van de landen en die inkomsten geen periodiek karakter dragen, mogen die inkomsten voor zover zij worden genoten ter zake van een in een van de andere landen vroeger uitgeoefende dienstbetrekking, tevens in dat andere land worden belast. Van genieten in vorenbedoelde zin is mede sprake indien de aanspraak op die inkomsten wordt afgekocht, vervreemd, overgedragen, of wanneer op andere wijze over die aanspraak wordt beschikt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 27 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7250
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 1 maart 2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:29
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 16 januari 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:27
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 juni 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:55
- HR 23 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU8537
- Rb. Zeeland-West-Brabant 30 juni 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:3163
- Conclusie A-G Overgaauw 2 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV1227
- Conclusie A-G Wattel 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8403
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 januari 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:9
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 15 november 2024, ECLI:NL:OGEAC:2024:187
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 16 februari 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:18
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 8 februari 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:16
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 25 augustus 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:105
- HR 3 februari 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2636
- Hof Amsterdam 27 april 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AT8169
- Conclusie A-G VAN BALLEGOOIJEN 13 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ0451
- Conclusie A-G van Ballegooijen 22 december 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AW2223
- Conclusie A-G Wattel 27 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7916
- Conclusie A-G Van den Berge 27 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7250
- Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba) 10 november 2006, ECLI:NL:ORBBNAA:2006:BI3370