Rb. Zeeland-West-Brabant 30 juni 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:3163

Belanghebbende geniet loon verdiend op Aruba en is fictief binnenlands belastingplichtig. Naar het oordeel van de rechtbank mag de inspecteur, bij de berekening van de afbouw van het inkomstenbelastingdeel van de algemene heffingskorting, rekening houden met de inkomsten van belanghebbende die voor de heffing van inkomstenbelasting toegewezen zijn aan Aruba. Belanghebbendes beroep op het arrest van de Hoge Raad van 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1221 wordt verworpen. Dit arrest heeft een oordeel gegeven in het kader van de vrijstelling op basis van artikel 12 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de EU bij het Verdrag betreffende de werking van de EU, welk artikel ook een indirecte heffing niet toestaat. Uit de bewoordingen van artikel 15 van de BRK volgt niet dat dit artikel meebrengt dat deze vorm van indirecte heffing achterwege moet blijven in die zin dat het loon buiten beschouwing moet blijven bij de berekening van de afbouw van de algemene heffingskorting. Ook anderszins zijn daarvoor onvoldoende aanknopingspunten. Het beroep is daarom ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken