Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 16 januari 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:27

Belanghebbende is in 2012 ingezetene van Curaçao. Zij geniet een WAO-uitkering van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) in Nederland. In Nederland is belanghebbende hierover inkomstenbelasting en premies volksverzekering verschuldigd. Belanghebbende heeft in Curaçao een aangiftebiljet inkomstenbelasting voor het jaar 2012 ingediend waarin zij een nihil bedrag aan inkomen aangeeft. De Inspecteur is op grond van het nationale recht van Curaçao afgeweken van de aangifte en heeft een aanslag inkomstenbelasting naar een belastbaar inkomen van Naf. 51.821, zijnde het bedrag van de genoten WAO-uitkering, opgelegd. In geschil is of het heffingsrecht ter zake van de WAO-uitkering aan Nederland of Curaçao toekomt, in het bijzonder of artikel 17 (Nederland heffingsbevoegd) of artikel 20 (Curaçao heffingsbevoegd) van de BRK van toepassing is. Het Hof is van oordeel dat artikel 17 van de BRK, als zijnde een uitzondering op het bepaalde in artikel 15 van de BRK, beperkt dient te worden opgevat. Het Hof beschouwt artikel 17 als een bijzondere bepaling met betrekking tot inkomsten genoten door overheidsfunctionarissen en niet, mede, als een bijzondere bepaling inzake uitkeringen krachtens het sociale zekerheidsstelsel. Het enkele feit dat de WAO-uitkering ten laste van een Nederlands publiekrechtelijke rechtspersoon komt, acht het Hof onvoldoende om de WAO-uitkering te scharen onder de reikwijdte van artikel 17 van de BRK. Het Hof concludeert dat de WAO-uitkering onder het bereik van artikel 20 BRK valt (restartikel) en dat de WAO-uitkering dus belastbaar is in Curaçao.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken