Art. 7 SW, Grondslagen voor de objectieve en subjectieve belastingplicht
1. De waarde van hetgeen de verkrijger voor zijn verkrijging heeft opgeofferd of van hetgeen door de erflater ten laste van de verkrijger werd bedongen, strekt in mindering van de waarde welke op grond van de artikelen 8, 10, 11 en 13, tweede lid, in aanmerking wordt genomen voor de erfbelasting, maar niet verder dan tot nihil.
2. De overdrachtsbelasting, voor zover deze niet heeft geleid tot toepassing van artikel 13 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, en de schenkbelasting, betaald ter zake van de in aanmerking genomen waarde, bedoeld in het eerste lid, strekken in mindering van de belasting die verschuldigd is ten gevolge van de in het eerste lid bedoelde artikelen.
3. De bedragen die ten gevolge van het eerste en tweede lid in mindering strekken, worden vermeerderd met een enkelvoudige rente naar het in artikel 21, veertiende lid, bedoelde percentage van de dag van betaling van die bedragen tot en met de dag van het overlijden ten gevolge waarvan de verkrijging op grond van de artikelen 8, 10, 11 en 13, tweede lid, geacht wordt plaats te vinden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 28 januari 1959, ECLI:NL:HR:1959:AY1786
- HR 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:476
- HR 16 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:239
- Hof Arnhem-Leeuwarden 8 januari 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:21
- HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2921
- Rb. Noord-Holland 15 maart 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:1997
- Conclusie A-G IJzerman 17 februari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:188
- Rb. Noord-Holland 3 september 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:8934
- Rb. Noord-Holland 3 september 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:8932
- Conclusie A-G IJzerman 18 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1357
- Conclusie A-G IJzerman 4 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1106
- Conclusie A-G IJzerman 11 november 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2271
- Conclusie A-G IJZERMAN 15 oktober 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM0419
- Conclusie A-G IJZERMAN 9 juli 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL0193
- Conclusie A-G Niessen 10 april 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF3840
- Conclusie A-G Moltmaker 13 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:AA3131
- HR 8 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:583
- HR 13 september 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3131
- Hof Den Haag 26 april 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:992
- Hof Den Haag 17 januari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2796