Art. 2 SW, Grondslagen voor de objectieve en subjectieve belastingplicht
1. Een Nederlander die in dienstbetrekking staat tot de Staat der Nederlanden, wordt steeds geacht in Nederland te wonen, indien hij is uitgezonden:
a. als lid van een diplomatieke, permanente of consulaire vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden in het buitenland, of
b. om in het kader van een verdrag waarbij de Staat der Nederlanden partij is, in een andere mogendheid werkzaamheden te verrichten.
2. Indien een Nederlander op grond van het eerste lid geacht wordt in Nederland te wonen, worden de partner en de kinderen die jonger zijn dan 27 jaar en die in belangrijke mate door hem worden onderhouden in de zin van artikel 1.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001, tevens geacht in Nederland te wonen.
3. In geval van schenking door een rechtspersoon wordt de plaats, waar de schenker is gevestigd, als zijn woonplaats aangemerkt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Knigge 12 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6878
- HR 13 november 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1786
- Conclusie A-G Van den Berge 13 november 1996, ECLI:NL:PHR:1996:AA1786
- Hof Arnhem-Leeuwarden 12 mei 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:3505
- Rb. 's-Gravenhage 20 november 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7399
- Rb. Haarlem 5 september 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BF0254
- Rb. Gelderland 10 september 2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:2775
- Rb. Den Haag 9 maart 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:3400
- Rb. Breda 30 juni 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BN2051
- Conclusie A-G IJzerman 24 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:530
- Conclusie A-G IJzerman 24 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:503
- Conclusie A-G IJZERMAN 9 juli 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL0193
- Conclusie A-G Niessen 30 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AV0426
- Conclusie A-G Moltmaker 18 november 1998, ECLI:NL:PHR:1998:AA2564
- Conclusie 28 november 1996, ECLI:NL:PHR:1996:19
- Hof 's-Hertogenbosch 16 december 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BV6837
- Hof Den Haag 15 november 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3353