Art. 21 WaW, Voorschriften inzake voedsel- en productveiligheid
1. Indien waren naar het oordeel van Onze Minister gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van de mens, of indien het technische voortbrengselen betreft, tevens gevaar opleveren voor de veiligheid van zaken, kan hij met het oog op de bescherming van die belangen degene die de waar of het voortbrengsel verhandelt of heeft verhandeld, gelasten om de houders dan wel de vermoedelijke houders van die waar onverwijld en op doeltreffende wijze op de hoogte te stellen van het gevaar. Degene tot wie de last is gericht, geeft daaraan onverwijld gevolg.
2. Indien waren, niet zijnde eet- of drinkwaren, naar het oordeel van Onze Minister gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van de mens, of gevaar opleveren voor de veiligheid van zaken, kan hij met het oog op de bescherming van die belangen degene die de waar verhandelt of heeft verhandeld, gelasten de verhandeling daarvan te staken dan wel al de noodzakelijke maatregelen te treffen om die waar terug te nemen. Degene tot wie de last is gericht, geeft daaraan onverwijld gevolg.
3. Het niet uitvoeren van een door Onze Minister gegeven last als bedoeld in het tweede lid is een misdrijf.
4. Het bepaalde in het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing op producten die onder Verordening (EU) 2023/988 vallen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 15 april 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM3228
- Rb. Rotterdam 20 maart 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:2339
- Rb. Rotterdam 9 juni 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:5091
- Rb. Rotterdam 5 september 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:9306
- Rb. Rotterdam 22 maart 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:2364
- Rb. Rotterdam 29 juni 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:6495
- Rb. Rotterdam 18 december 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:11808
- Rb. Rotterdam 27 juni 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:4597
- Rb. Rotterdam 7 maart 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:1449
- Rb. Rotterdam 23 juni 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BD5791
- CBb 22 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:413
- CBb 9 september 2015, ECLI:NL:CBB:2015:311