Rb. Rotterdam 27 juni 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:4597
Einduitspraak na bestuurlijke lus. De rechtbank constateert dat de minister zijn toezegging om de gebreken in de besluitvorming (tijdig) te herstellen niet is nagekomen. Gelet op hetgeen de rechtbank heeft overwogen in haar tussenuitspraak van 7 maart 2013 zal de rechtbank het bestreden besluit vernietigen, voor zover het bestreden besluit tot iets anders strekt dan de blote herroeping van het besluit van 16 april 2010. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat zij geen aanleiding ziet om, vanwege de enkele stelling van de minister dat de positieve testen die zijn verricht door onderzoeksbureaus KEMA Quality en TÜV Rheinland zijn verricht op andere niet-identieke partijen, de minister nogmaals in de gelegenheid te stellen een besluit te nemen omtrent de toepassing van artikel 21 lid 2 Warenwet. Een en ander heeft tot gevolg dat het eiseres vrij staat de partij batterijhouders te verhandelen. Voorts ziet de rechtbank aanleiding het verzoek van eiseres om toepassing van artikel 8:73 Awb te honoreren.
De uitspraak op rechtspraak.nl