Art. 61 ARAR, Overige rechten en verplichtingen van den ambtenaar

Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR)

1. De ambtenaar is verplicht aan Onze Minister, op een door Onze Minister te bepalen wijze, opgave te doen van de nevenwerkzaamheden die hij verricht of voornemens is te gaan verrichten, die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling, kunnen raken.

2. Onze Minister voert een registratie op basis van de op grond van het eerste lid gedane opgaven.

3. De door de leden van de topmanagementgroep, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, juncto artikel 7, vierde lid, en door de directeur-generaal Algemene Bestuursdienst gemelde nevenwerkzaamheden worden openbaar gemaakt met vermelding van eventueel door Onze Minister aan het verrichten van de nevenwerkzaamheden gestelde beperkingen.

4. Het is de ambtenaar verboden nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels omtrent dit verbod worden gesteld.

Uitspraken die dit artikel aanhalen