CRvB 9 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1060

Strafontslag. Betrokkene heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat hij een eigen visie heeft op integriteit en op de vraag hoe de belangen van de belastingdienst het beste kunnen worden gediend. Hij heeft volgens die waarden gehandeld en strafontslag is volgens betrokkene een te zware straf. De Raad wijst erop dat in het algemeen aan ambtenaren bij de Belastingdienst hoge eisen worden gesteld aan betrouwbaarheid en integriteit. Betrokkene is bij de onder 1.2 vermelde brief van 14 september 2010 gewaarschuwd dat bij herhaling van het voor privédoeleinden raadplegen van de Belastingdienstsystemen, een disciplinaire straf kan worden opgelegd. Eerder was hem bij brief van 26 november 1998 een berisping opgelegd wegens ongewenste bemoeienis met een door collega’s verrichte controle. Hierbij is uitdrukkelijk te kennen gegeven dat het ontoelaatbaar is dat een medewerker van de Belastingdienst er een andere beleving van de rechtshandhaving op nahoudt dan zoals is vastgelegd in het gepubliceerde beleid. Betrokkene was dus een gewaarschuwd man. Door zijn gedrag heeft betrokkene willens en wetens in strijd gehandeld met basiswaarden van de Belastingdienst. De Raad acht de disciplinaire straf van ontslag niet onevenredig aan het gepleegde plichtsverzuim.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken