Art. 59a Sv, Aanhouding en inverzekeringstelling
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. Uiterlijk binnen drie dagen en achttien uur, te rekenen vanaf het tijdstip van de aanhouding, wordt de verdachte ten einde te worden gehoord voor de rechter-commissaris geleid.
2. De rechter-commissaris bepaalt, na daartoe van de officier van justitie een verzoek te hebben ontvangen, onverwijld tijd en plaats van het verhoor en geeft hiervan kennis aan de officier van justitie, de verdachte en de raadsman.
3. De verdachte is bevoegd zich bij het verhoor door een raadsman te doen bijstaan. De raadsman wordt bij het verhoor in de gelegenheid gesteld de nodige opmerkingen te maken. De officier van justitie is bevoegd het verhoor bij te wonen en daarbij de nodige opmerkingen te maken.
4. De verdachte kan bij zijn verhoor de rechter-commissaris zijn invrijheidstelling verzoeken.
5. Indien de rechter-commissaris de inverzekeringstelling onrechtmatig oordeelt, beveelt hij de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte. In het andere geval tekent de rechter-commissaris zijn beslissing in het proces-verbaal van het verhoor aan of, ingeval de verdachte een verzoek tot invrijheidstelling heeft gedaan, wijst de rechter-commissaris het verzoek af. De aantekening wordt door de rechter-commissaris gewaarmerkt.
6. De beschikking is gedagtekend, ondertekend en met redenen omkleed. De rechter-commissaris doet deze onverwijld toekomen aan de officier van justitie en de verdachte.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 17 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ8388
- HR 21 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO2974
- HR 26 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9199
- ABRvS 17 juni 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE6646
- HR 31 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7957
- HR 8 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1566
- HR 13 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV6195
- HR 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1011
- HR 7 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP2257
- Hof Den Haag 9 juli 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1099
- ABRvS 23 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9012
- Conclusie A-G Knigge 30 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8735
- HR 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:679
- Hof Den Haag 1 april 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:652
- Rb. Rotterdam 10 maart 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AV5108
- Rb. Amsterdam 23 april 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:9138
- Conclusie A-G Langemeijer 18 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:573
- Conclusie A-G Machielse 26 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9199
- Conclusie A-G Knigge 30 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8737
- HR 8 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB8883