HR 21 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO2974
Jeugdzaak.Verstekverlening. Aanwezigheidsrecht. Uit de stukken moet worden afgeleid dat verdachte ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd, zodat ’s Hofs beslissing om verstek tegen verdachte te verlenen en het onderzoek ttz. voort te zetten, achteraf bezien, onjuist was. In aanmerking genomen het grote belang van verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, brengt het vorenstaande mee dat verdachte de mogelijkheid dient te hebben om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl