ABRvS 17 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ8388
[A]rtikel 6 van het Handvest [waarborgt] onder meer het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, waaronder het recht op een spoedige rechterlijke beslissing over de rechtmatigheid van een maatregel van bewaring. (…). [D]e rechten van artikel 6 van het Handvest [hebben dezelfde inhoud en reikwijdte] als de rechten die in artikel 5 van het EVRM zijn gewaarborgd. (…). [Artikel 5 van het EVRM] kan daarom niet aldus worden uitgelegd dat het verplicht tot het hanteren van dezelfde termijnen bij de rechterlijke toetsing van een inverzekeringstelling [= drie dagen en vijftien uur] en een maatregel van bewaring. Derhalve heeft de Rb. het door de vreemdeling ingestelde beroep terecht op de voet van artikel 94 van de Vw 2000 behandeld.(…). Aangezien artikel 15, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn de lidstaten de ruimte biedt om te kiezen tussen de in deze bepaling bedoelde vormen van rechterlijke toetsing van een inbewaringstelling, wordt het nuttig effect niet reeds aan deze bepaling ontnomen omdat een lidstaat heeft gekozen voor een rechterlijke toetsing, als bedoeld in [artikel 94 Vw 2000]. (…). Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer uitspraak van 21 maart 2011 in zaak nr. 201100307/1/V3 (LJN: BP9280 (P.I.) ) mag een maatregel van bewaring uitsluitend worden opgelegd indien de staatssecretaris voorafgaand aan of gelijktijdig met die maatregel een terugkeerbesluit heeft genomen en staat het gesloten rechtsmiddelenstelsel van de Vw 2000 eraan in de weg dat de Rb. bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring tevens een oordeel geeft over de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit. Het terugkeerbesluit is derhalve een voorwaarde voor het opleggen van een maatregel van bewaring, maar de rechtmatigheid van dat terugkeerbesluit kan niet worden getoetst in het tegen de maatregel van bewaring ingestelde beroep, omdat tegen het terugkeerbesluit een afzonderlijk rechtsmiddel kan en daarom moet worden aangewend. Met de op 31 december 2011 in werking getreden wet tot wijziging van de Vw 2000 ter implementatie van de Terugkeerrichtlijn (Stb. 2011, 663) is dat het rechtsmiddel van beroep. Het beroep van de vreemdeling op punt 61 van het arrest Samba Diouf komt er in wezen op neer dat uit het in artikel 6 van het Handvest gewaarborgde recht op een doeltreffende voorziening in rechte voortvloeit dat de Rb. bij de toetsing van de rechtmatigheid van een maatregel van bewaring ook de rechtmatigheid van het separate terugkeerbesluit moet toetsen, omdat anders voor dat terugkeerbesluit in wezen een onweerlegbaar vermoeden van rechtmatigheid zou gelden. Hetgeen in punt 61 van voormeld arrest is overwogen dient te worden beoordeeld in het licht van het geval dat daarin aan de orde was. In die zaak ging het om het ontbreken van de mogelijkheid beroep in te stellen tegen een voorbereidende handeling die samenviel met het desbetreffende besluit. Tegen een separaat terugkeerbesluit kan wel afzonderlijk beroep worden ingesteld. Uit voormeld arrest kan derhalve niet worden afgeleid dat de Rb. het in artikel 6 van het Handvest gewaarborgde recht op een doeltreffende voorziening in rechte heeft geschonden door de rechtmatigheid van het voor de opgelegde maatregel van bewaring vereiste separate terugkeerbesluit niet bij het tegen deze maatregel ingestelde beroep te toetsen. (…). Daarom dient te worden onderzocht of de noodzaak om aparte procedures te voeren tegen de aan de vreemdeling opgelegde maatregel van bewaring en het ten aanzien van hem genomen separate terugkeerbesluit in strijd is met het in artikel 6 van het Handvest gewaarborgde recht op een doeltreffende voorziening in rechte. (…). Artikel 6 van het Handvest vergt daarom dat de Rb. gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig ingestelde beroepen tegen een separaat terugkeerbesluit en een maatregel van bewaring gelijktijdig behandelt, ook indien de vreemdeling daar niet uitdrukkelijk om heeft verzocht. (…). Het opleggen van een maatregel van bewaring, die ingevolge artikel 93, eerste lid, van de Vw 2000 met een besluit is gelijkgesteld, is een bezwarend besluit, omdat een vreemdeling zijn vrijheid wordt ontnomen met het oog op uitzetting. Nu dit besluit is genomen krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, welke bepaling mede een omzetting vormt van artikel 15, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn, is bij de voorbereiding van dat besluit in elk geval, gelet op het arrest Sopropé [Hof van Justitie van 18 december 2008, C-349/07], het algemene beginsel van de eerbiediging van de rechten van de verdediging van toepassing.
De uitspraak op rechtspraak.nl