Art. 478 Sv, Herziening ten voordele van de gewezen verdachte
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. In geen geval mag door de Hoge Raad of door het gerechtshof een straf of maatregel worden opgelegd, die zwaarder is dan die bij het vernietigde arrest of vonnis was opgelegd of een zwaardere strafbepaling worden toegepast.
2. Indien bij samenloop van meerdere feiten één hoofdstraf is uitgesproken en de herziening slechts gevraagd is ten aanzien van een of meer van die feiten, wordt, in geval van vernietiging, bij de uitspraak in herziening de straf voor het andere feit of de andere feiten bepaald.
3. Bij de uitspraak wordt bepaald dat de reeds vroeger krachtens de vernietigde uitspraak voor het feit ondergane straf, en de krachtens artikel 473 ondergane voorlopige hechtenis in mindering zal worden gebracht.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 13 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1604
- Hof Den Haag 14 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2860
- Conclusie A-G Keulen 19 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1185
- HR 13 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2090
- Conclusie A-G Harteveld 17 december 2013, ECLI:NL:PHR:2013:2552
- HR 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1158
- HR 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2854
- Hof Den Haag 14 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2859
- Conclusie A-G Hofstee 23 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:762
- Hof Den Haag 2 maart 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:314
- Hof Den Haag 14 juni 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1686
- Hof Arnhem-Leeuwarden 5 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7605