Art. 476 Sv, Herziening ten voordele van de gewezen verdachte
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. Het rechtsgeding in de verwezen zaak of zaken wordt bij het gerechtshof gevoerd met overeenkomstige toepassing van de artikelen 412, eerste, tweede en derde lid, 413, 414, 415, 417, 418, eerste en tweede lid, 419, 420 en 421, met dien verstande dat artikel 312 buiten toepassing blijft.
2. De raadsheer die enig onderzoek in de zaak heeft verricht, neemt op straffe van nietigheid aan het onderzoek op de terechtzitting geen deel.
3. In de gevallen bedoeld in de artikelen 316 en 347 wordt het onderzoek gevoerd door een daartoe door het gerechtshof aangewezen rechter-commissaris of raadsheer-commissaris die nog geen onderzoek in de zaak heeft verricht.
4. Het onderzoek en de beraadslaging, bedoeld in de artikelen 348 en 350, geschieden zowel naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in herziening als van het onderzoek in vorige terechtzittingen, zoals dat volgens daarvan opgemaakt proces-verbaal heeft plaats gehad.
5. Ten aanzien van de bij de verwijzing vernietigde uitspraken doet het gerechtshof opnieuw recht; ten aanzien van de bij de verwijzing niet vernietigde uitspraak handhaaft het gerechtshof deze met gehele of gedeeltelijke overneming, aanvulling of verbetering van de gronden of doet, met gehele of gedeeltelijke vernietiging van de uitspraak, opnieuw recht met inachtneming van artikel 472, eerste of tweede lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3189
- HR 7 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD4153
- Hof Den Haag 14 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2860
- HR 11 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:843
- HR 4 december 1962, ECLI:NL:HR:1962:125
- Rb. Amsterdam 27 mei 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2758
- Conclusie A-G Knigge 7 oktober 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD4153
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2 maart 2016, ECLI:NL:OGHACMB:2016:10
- HR 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:365
- HR 13 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ4722
- Conclusie A-G Keulen 19 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1185
- Hof Arnhem 14 april 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BM0876
- Conclusie A-G Harteveld 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:393
- Conclusie A-G Harteveld 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:387
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 12 oktober 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:360
- HR 13 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BS8235
- HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK7368
- Hof 's-Hertogenbosch 28 oktober 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:4354
- Hof Den Haag 14 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2859
- Conclusie A-G Paridaens 13 december 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1155