Conclusie A-G Harteveld 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:393
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassatie. HR overweegt dat m.b.t. oordeel van de rechter in herziening over de tlgd. feiten geen bijzondere, van de beoordeling in gewone strafzaken afwijkende motiveringseisen en voorschriften gelden. Middelen over 1. gebruik voor het bewijs van belastende verklaringen afgelegd door de vrouwelijke verdachten; 2. 's Hofs duiding van de forensische sporen in relatie tot de afgelegde verklaringen; 3. de zogenoemde ‘bushokjesgetuigen’ en 4. over de op de plaats van het delict aangetroffen bloeddruppel. HR komt – na bespreking en verwerping van de middelen (met vermelding van ECLI:NL:HR:2014:953) – tot de slotsom dat het Hof na eerdere gegrondverklaring van de vordering tot herziening de zaken geheel opnieuw heeft behandeld en beoordeeld. In dat kader heeft het Hof onder meer t.tz. de vrouwelijke verdachten, die in eerdere stadia belastende verklaringen hadden afgelegd, onder ede als getuigen gehoord. Die nieuwe behandeling van de zaken door het Hof heeft geleid tot het oordeel dat de belastende verklaringen van de vrouwelijke verdachten voor de bewijsvoering konden worden gebruikt en tot handhaving van de eerdere veroordelingen, ondanks de omstandigheid dat – mede als gevolg van de beperkingen van het destijds uitgevoerde onderzoek en de sindsdien verstreken tijd – niet alle vragen afdoende konden worden beantwoord. Rechtdoende als cassatierechter binnen de eerder genoemde begrenzingen, heeft de HR noch in hetgeen namens verdachten in de schriftuur is aangevoerd noch ambtshalve gronden gezien die meebrengen dat de bewezenverklaringen als niet begrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd moeten worden aangemerkt. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 15/05221, 16/00460, 16/03360, 16/03367 en 16/03372.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 13 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2058
- HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:736
- HR 29 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:522
- Conclusie A-G Bleichrodt 22 december 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2769
- HR 15 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3580
- Hof Den Haag 14 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2860
- HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474
- HR 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:953
- HR 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:384
- Conclusie A-G Knigge 4 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:306
- Conclusie A-G Harteveld 7 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:62
- HR 11 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA2549
- Conclusie A-G Aben 11 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:CA2549
- HR 29 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY2814
- HR 18 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7190
- Conclusie 18 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7190
- HR 13 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6250
- HR 15 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8600
- Conclusie A-G Aben 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ8600
- HR 16 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3359