Art. 414 Sv, Hooger beroep van uitspraken
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. De advocaat-generaal en de verdachte kunnen zoowel ter terechtzitting in eersten aanleg gehoorde als nieuwe getuigen en deskundigen doen dagvaarden of schriftelijk doen oproepen. Zij kunnen ook nieuwe bescheiden of stukken van overtuiging overleggen.
2. De artikelen 263, tweede tot en met vijfde lid, en 264 zijn van overeenkomstige toepassing. Indien de verdachte hoger beroep heeft ingesteld kan de advocaat-generaal bij een met redenen omklede beslissing een niet bij schriftuur door de verdachte opgegeven getuige of deskundige weigeren te doen oproepen, indien horen ter terechtzitting niet noodzakelijk is te achten.
3. Het slachtoffer of de nabestaande die in eerste aanleg geen gebruik heeft gemaakt van zijn recht om te verklaren op grond van artikel 51e, kan van zijn voornemen daartoe schriftelijk kennis geven aan de advocaat-generaal of het gerechtshof. Artikel 260, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496
- HR 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:600
- HR 19 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1702
- HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7709
- HR 20 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6245
- ABRvS A-G Keus 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1034
- HR 7 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN2370
- HR 6 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0863
- HR 7 mei 1996, ECLI:NL:HR:1996:AB9820
- HR 23 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4727
- HR 12 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1503
- HR 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:2
- HR 5 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV4149
- HR 16 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3202
- Conclusie A-G Harteveld 18 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1389
- HR 1 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:813
- HR 15 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2592
- HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1412
- HR 18 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU8117
- HR 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1160