HR 8 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1397
Mishandeling van zijn levensgezel door haar met gebaksvorkje in haar been te steken, art. 304.1 jo. 300.1 Sr. Betekening dagvaarding in eerste aanleg en rechtsgevolgen van niet-naleving van betekeningsvoorschriften, art. 36e.1.b.2 en 422a.1 Sv. Had dagvaarding in e.a. moeten worden betekend op het door verdachte bij zijn politieverhoor opgegeven adres van zijn vriendin en kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat er onvoldoende aanleiding is om zaak terug te wijzen, nu verdachte ttz. in hoger beroep had kunnen verschijnen maar ervoor heeft gekozen om daarvan af te zien? Als niet-gedetineerde verdachte niet staat ingeschreven in BRP maar van hem wel (feitelijke) woon- of verblijfplaats bekend is, moet uitreiking van dagvaarding o.g.v. art. 36e.1.b.2 Sv op dat adres plaatsvinden. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2002:AD5163 m.b.t. rechtsgevolgen van niet-naleving van betekeningsvoorschriften t.a.v. dagvaarding in e.a. Verdachte stond t.t.v. betekening van dagvaarding in e.a. niet ingeschreven op BRP-adres en hij was evenmin gedetineerd. Verdachte heeft bij zijn verhoor door politie wel adres opgegeven waar hij verblijft. In p-v van verhoor van verdachte vermeld adres (adres A) kan redelijkerwijs gelden als (feitelijke) woon- of verblijfplaats van verdachte a.b.i. art. 36e.1.b.2 Sv (vgl. HR:2002:AD5163). Uit stukken volgt echter niet dat dagvaarding in e.a. ter uitreiking is aangeboden op dat adres van verdachte. Gelet hierop en op wat hiervoor is vooropgesteld, is ’s hofs kennelijke oordeel dat dagvaarding in e.a. rechtsgeldig is betekend door uitreiking van dagvaarding aan medewerker OM en uitreiking op laatst opgegeven woon- of verblijfplaats volgens Informatiestaat SKDB-persoon (adres B) aan ander dan verdachte, onjuist. Vervolgens heeft hof geoordeeld dat zaak niet behoefde te worden teruggewezen naar Pr, omdat verdachte ttz. in h.b. had kunnen verschijnen om zijn verhaal te doen maar ervoor heeft gekozen daarvan af te zien. Ook dit oordeel is, gelet op wat hiervoor is vooropgesteld, onjuist, in aanmerking genomen dat door verdachte uitdrukkelijk gemachtigde raadsman ttz. in h.b. heeft geklaagd over betekening van dagvaarding in e.a. en heeft verzocht om terugwijzing van zaak. HR verklaart betekening van dagvaarding in e.a. nietig.
De uitspraak op rechtspraak.nl