Conclusie A-G Bleichrodt 20 juni 2023, ECLI:NL:PHR:2023:610

Conclusie PG. Veroordeling wegens drievoudige moord in 2019 in de Scheveningse bosjes en op de Brunssummerheide. Het hof heeft de feiten in verminderde mate aan de verdachte toegerekend en hem een gevangenisstraf voor de duur van 22 jaar en tbs met dwangverpleging opgelegd. Middelen over o.m. de verhouding tussen een psychische stoornis en voorbedachte raad en de verwerping van het beroep op ontoerekenbaarheid. De PG wijdt algemene beschouwingen aan de criteria voor de beoordeling of een strafbaar feit aan de verdachte kan worden toegerekend. De PG constateert dat daarmee in de rechtspraak verschillend wordt omgegaan en dat behoefte bestaat aan verduidelijking van het toetsingskader in een richtinggevend arrest van de Hoge Raad. Bij de beoordeling van de toerekenbaarheid gaat het er volgens de PG om of bij de verdachte ten tijde van de strafbare feiten sprake was van een stoornis waardoor de verdachte niet kon begrijpen dat die feiten wederrechtelijk waren of niet in staat was in overeenstemming met zijn begrip van de wederrechtelijkheid te handelen. Volgens de PG is het oordeel van het hof dat weliswaar sprake was van een psychische stoornis die verband hield met de moorden, maar dat de verdachte toch in enige mate de wederrechtelijkheid van zijn handelen inzag en in staat was in overeenstemming met dat begrip te handelen en dat de feiten daarom in verminderde mate aan hem kunnen worden toegerekend, niet onjuist en ook niet onbegrijpelijk gemotiveerd. De PG concludeert dat ook de overige middelen falen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken