Art. 241c Fw, Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
1. Tijdens de afkoelingsperiode kan de ontvanger die een beslag heeft gelegd als bedoeld in artikel 22, derde lid, Invorderingswet 1990, niet tot uitwinning overgaan, tenzij de rechter-commissaris anders beslist.
2. Een beslag als bedoeld in artikel 22, derde lid, van de Invorderingswet 1990 dat tijdens de afkoelingsperiode wordt gelegd op een zaak die zich op de bodem van de schuldenaar bevindt en die niet aan hem toebehoort, kan niet worden tegengeworpen aan de eigenaar van de zaak of, als daarop een pandrecht van een ander rust, aan die ander, indien deze voordat het beslag was gelegd bij deurwaardersexploot aanspraak heeft gemaakt op afgifte van de zaak.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 13 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1910
- Conclusie A-G Wuisman 6 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:787
- Conclusie A-G Huydecoper 17 oktober 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BE7451
- Rb. Oost-Brabant 12 maart 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:981
- Rb. Oost-Brabant 20 februari 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ2201
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 7 juni 2016, ECLI:NL:OGHACMB:2016:90
- Hof Amsterdam 28 september 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ4329