Art. 244 Fw, Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
1. Gedurende acht dagen na de beschikking van het gerechtshof kan de daarbij in het ongelijk gestelde partij in cassatie komen.
2. Het beroep in cassatie wordt ingesteld door indiening van een verzoek ter griffie van de Hoge Raad. De griffier van de Hoge Raad geeft van die indiening terstond kennis aan die van de rechtbank.
3. De voorzitter van de Hoge Raad bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling van het verzoek. De griffier roept ten spoedigste de partijen schriftelijk tegen de bepaalde dag op. De beschikking van de Hoge Raad wordt door de griffier terstond medegedeeld aan die van de rechtbank.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3110
- Conclusie A-G van Peursem 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:885
- Conclusie A-G van Peursem 3 september 2021, ECLI:NL:PHR:2021:810
- Conclusie A-G Timmerman 19 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:529
- Conclusie A-G Timmerman 19 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:527
- Conclusie A-G Verkade 19 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BG1682