Art. 241a Fw, Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen
1. De rechtbank kan op verzoek van elke belanghebbende of ambtshalve bij schriftelijke beschikking een afkoelingsperiode afkondigen, waarin elke bevoegdheid van derden, met uitzondering van boedelschuldeisers, tot verhaal op tot de boedel behorende goederen of tot de opeising van goederen die zich in de macht van de schuldenaar bevinden, voor een periode van ten hoogste twee maanden, niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechter-commissaris. De rechtbank kan deze periode eenmaal verlengen met een periode van ten hoogste twee maanden.
2. De rechtbank kan haar beschikking beperken tot bepaalde derden en daaraan voorwaarden verbinden. De rechter-commissaris kan voorwaarden verbinden aan een door hem gegeven machtiging van een derde tot uitoefening van een aan deze toekomende bevoegdheid.
3. Indien een derde ter zake van zijn bevoegdheid een redelijke termijn aan de curator stelt, wordt deze termijn geschorst tijdens de afkoelingsperiode.
4. De afkoelingsperiode kan ook op verlangen van de schuldenaar worden afgekondigd door de rechter die de surseance verleent. De afkoelingsperiode die wordt afgekondigd met de verlening van de surseance wordt geacht te zijn ingegaan bij de aanvang van de dag waarop de surseance voorlopig is verleend.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 13 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1910
- Conclusie A-G van Peursem 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:885
- Conclusie A-G Wuisman 6 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:787
- Conclusie A-G Huydecoper 17 oktober 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BE7451
- Rb. Zeeland-West-Brabant 14 maart 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:5861
- Rb. Zeeland-West-Brabant 24 november 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:8630
- Rb. Zeeland-West-Brabant 24 november 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:8629
- Rb. Overijssel 19 augustus 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:4380
- Rb. Overijssel 18 augustus 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:4379
- Rb. Oost-Brabant 20 februari 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ2201
- Rb. Midden-Nederland 18 augustus 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:4412
- Rb. Den Haag 4 januari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:45
- Rb. Den Haag 4 januari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:40
- Rb. Amsterdam 4 december 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:8883
- Conclusie A-G van Peursem 5 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2274
- Conclusie A-G Hartkamp 13 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT2650
- Conclusie A-G Langemeijer 11 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR6209
- Hof Leeuwarden 22 maart 2006, ECLI:NL:GHLEE:2006:AV8559
- Hof Amsterdam 28 september 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ4329