Rb. Oost-Brabant 20 februari 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ2201

Korte samenvatting: Prejudiciële vraag aan de Hoge Raad. Een stil pandhouder vraagt om afgifte van verpande zaken nadat surséance van betaling is verleend aan de pandgever, maar afgifte wordt geweigerd i.v.m. een afkoelingsperiode. Binnen die periode wordt de pandgever failliet verklaard. Moet art. 241c lid 2 Fw zo worden uitgelegd dat het stil pandrecht voorrang heeft op het fiscaal bodemrecht?

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen