Art. 152 Sr, Misdrijven tegen de openbare orde
1. Bij veroordeling wegens een der misdrijven omschreven in de artikelen 138b, vijfde lid, en 140a kan ontzetting van het in artikel 28, eerste lid, onder 3°, vermelde recht worden uitgesproken.
2. Bij veroordeling wegens het misdrijf omschreven in artikel 140 kan ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2° en 4°, vermelde rechten worden uitgesproken en kan de schuldige worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf heeft gepleegd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. 's-Hertogenbosch 21 april 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ2013
- Rb. 's-Hertogenbosch 20 december 2000, ECLI:NL:RBSHE:2000:AA9084
- Rb. Gelderland 5 december 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:7576
- Rb. Den Haag 19 september 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:12078
- Rb. Breda 20 juni 2002, ECLI:NL:RBBRE:2002:AE6845
- Hof 's-Hertogenbosch 8 december 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ4219