Art. 551 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van de verdeling van de opbrengst van de executie
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Indien er geen andere schuldeiser is, die op het geëxecuteerde of op de koopprijs beslag heeft gelegd, en evenmin door de executie een beperkt recht vervalt, draagt de notaris aan de executant uit de netto-opbrengst van de zaak af hetgeen aan deze blijkens een door hem te dien aanzien aan de notaris afgelegde verklaring krachtens zijn executoriale titel toekomt; het overschot keert de notaris uit aan de geëxecuteerde.
2. Ingeval er wel schuldeisers of beperkt gerechtigden zijn, als in het eerste lid bedoeld, dan wel de in dat lid bedoelde verklaring wordt betwist of de notaris ernstige reden heeft te vermoeden dat zij onjuist is, stort de notaris de netto-opbrengst onverwijld bij een door hem aangewezen bewaarder die aan de in artikel 445 bedoelde eisen voldoet.
3. Wanneer de schuldeisers die op de zaak of op de koopprijs beslag hebben gelegd, de beperkt gerechtigden wier recht door de executie vervalt, en de geëxecuteerde het vóór de betaaldag van de koopsom omtrent de verdeling van de te storten som eens zijn geworden, blijft de storting achterwege en keert de notaris aan ieder het hem toekomende uit.
4. Voor zover de verplichtingen welke ingevolge dit artikel op de notaris rusten, niet worden nagekomen, is de Staat jegens belanghebbenden voor de daaruit voor hen voortvloeiende schade met de notaris hoofdelijk aansprakelijk.
5. In geval van executie door een hypotheekhouder is niet dit artikel, maar artikel 270 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
6. Van het in dit artikel bepaalde kan in de koopvoorwaarden niet worden afgeweken.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4948
- HR 11 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2619
- HR 12 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3096
- Conclusie A-G Assink 22 september 2023, ECLI:NL:PHR:2023:828
- Conclusie A-G Snijders 10 februari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:167
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 6 augustus 2021, ECLI:NL:PHR:2021:741
- Rb. Den Haag 4 oktober 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:16517
- Hof Arnhem-Leeuwarden 10 mei 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3668
- Rb. Zwolle-Lelystad 21 april 2008, ECLI:NL:RBZLY:2008:BC9970
- Rb. Utrecht 16 januari 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BV3852
- Rb. Rotterdam 16 april 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:15482
- Rb. Rotterdam 30 september 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:6868
- Rb. Rotterdam 29 april 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:3343
- Rb. Rotterdam 22 april 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:2807
- Rb. Rotterdam 7 maart 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:BA0922
- Rb. Overijssel 10 november 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:4855
- Rb. Oost-Brabant 14 februari 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:1037
- Rb. Noord-Holland 3 april 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:11504
- Rb. Gelderland 14 februari 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:2031
- Rb. Gelderland 29 december 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:7020