Rb. Gelderland 14 februari 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:2031

Tussenbeschikking. Verzoek tot benoemen rechter-commissaris voor het vaststellen van een rechterlijke rangregeling ex art. 3:271 BW en artikel 552 Rv. Voorgenomen beslissing om verzoeker in zijn verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, omdat verzoeker geen belanghebbende is als bedoeld in art. 551a lid 1 Rv. Voorgenomen beslissing om het verzoek af te wijzen, omdat geen rangregeling kan worden verzocht nu de onroerende zaak openbaar is verkocht door de hypotheekhouder en er geen schuldeisers zijn die op het geëxecuteerde of de koopprijs beslag hebben gelegd, noch is er een beperkt gerechtigde wiens recht door executie vervalt. De netto-opbrengst moet daarom aan de geëxecuteerde, een onverdeelde nalatenschap, worden uitgekeerd op grond van art. 551 lid 1 Rv.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen